Het arboretum van Maymont heeft een oppervlakte van 100
acres (ongeveer 0.40 km2) en bevat duizenden mooie bomen en
struiken. Een aantal is specifiek afkomstig uit Virginia en zijn opmerkelijk
vanwege hun grootte en schoonheid. Het Arboretum bevat tevens meer dan 200
exotische soorten bomen en planten door de Dooleys geïmporteerd zijn in het
begin van de 20e eeuw, toen burgemeester Dooley een aanplantprogramma begon van
aanzienlijke omvang.
De Dooley’s reisden de hele wereld over en bezochten
internationaal beroemde tuinen tijdens hun trips. Men gaat ervanuit dat deze
bezoeken de aanleiding vormden om een arboretum aan te leggen op Maymont. De
bomencollectie van de Dooley’s bevat zowel exotische als oorspronkelijke bomen
herbergt een ongewoon hoog niveau van wereldwijsheid en verfijning. Op basis
van de samenstelling gaat men er vanuit de bomen niet alleen voor hun schooheid
verzameld werden, maar tevens voor wetenschappelijke en educatieve doeleinden.
De grootte en leeftijd van vele van de exotische boomsoorten duidt erop dat
deze zeer zorgvuldig op specifieke locaties geplant zijn om ervoor te zorgen
dat ze in de daaropvolvende jaren optimaal konden groeien. Dit betreft onder
meer de False Larch, de Pseudolarix kaempferi, uit Japan; de witte Enkianthus,
Enkianthus perulatus, een struik uit China; en de Perzische Ironwood, Parrotia
persica.
In 1986 werd Maymont’s Arboretum erkend als een van de meest
noemenswaardige arboretums in het land door bomenexperts. In 1982 zei een van
de experts zelfs dat het arboretum dusdanig uniek is, dat het in geen honderd
jaar elders gekopieerd kan worden. Momenteel huisvest het arboretum specifieke
exotische bomen zoals de blauwe atlas cederboom, Cedrus atlantica; Cryptomeria,
Cryptomeria japonica; Europese wijnblad lindeboom, Tilia europea en de eerder
genoemde Perzische Ironwood.
Een van de goede eigenschappen van het arboretum is dat
in de oorspronkelijke aanleg, alle bomen voldoende ruimte hebben gekregen om te
groeien en uit te breiden. Een bekende horticulturist merkte ooit op dat de
persoon die het arboretum aangelegd heeft, heel erg goed bekend moet zijn
geweest met hoe bomen groeien aangezien in veel arboretums men er jaren later
achterkomt dat de bomen te dicht bij elkaar geplant zijn.
Tevens uniek zijn de ongeëvenaard mooie vergezichten die
te vinden op het landgoed. Deze vergezichten zijn niet gekunsteld noch gepland.
Deze kritische prestatie is een voorbeeld van een van de belangrijkste
doelstellingen van het landschap tuin stijl. De moderne toevallige bezoeker
merkt mogelijk de meer formele planting van bomen langs Magnolia Drive of de
styllistische rij van evergreens van en naar het wachtershokje bij de poort.
Veel bezoekers kunnen maar moeilijk geloven en bevatten dat toen de Dooley’s de
grond kochten in 1880, dit stuk grond niet meer was dan landbouwgrond.
Eer komt hier vooral toe aan de Dooley’s die intensief
betrokken waren bij de aansleg van elk aspect van het landgoed.
Monday, March 30, 2015
Saturday, March 28, 2015
Maymont - The Japanese Garden
Maymont’s naturalistische Japanse tuin staat in sterk
contrast tot de formele Italiaanse tuin. Zodra je de Japanse tuin binnentreedt door de
onderscheidende poorten, waan je je meteen in een andere wereld. De tuin is
koel, schaduwrijk en heeft een intiem karakter. Geluiden worden gedempt. Zelfs
kinderen nemen vaak even een stapje terug, worden rustiger, observeren meer en
worden introspectiever wanneer ze de tuin binnentreden. Alhoewel het geen
religieuze tuin is, zet de tuin veel mensen aan het denken en laat hen tevens
reflecteren.
De Japanse tuin bevat een mix van diverse stijlen van Japanse tuinen uit twee verschillende ontwerpperiodes. In 1911 kochten de Dooley’s een wigvormig deel van het Kanawha kanaal dat grenst aan Maymont. Voor het ontwerp van de tuin, veronderstelt men dat de Dooley’s Muto ingehuurd hebben. Muto was een vooraanstaand tuinontwerper die verschillende Japanse tuinen ontworpen heeft voor andere estates aan de Amerikaanse Oostkust.
Het concept van aangelegde tuinen is ontstaan in de 7e eeuw in China en door Koreaanse hoveniers overgebracht naar Japan. De Japanners hebben het concept van aangelegde tuinen wel aangepast aan de lokale omstandigheden en behoeften.
De oorspronkelijke Japanse tuin had een veel kleiner oppervlak. Een aantal specifieke kenmerken van die tuin inclusief het steenwerk rondom de basis van de waterval, verschillende bomen en de kronkelende waterloop die uitkomt in de grote vijver zijn nog steeds in de huidige versie van de tuin terug te vinden. Helaas zijn na de dood van de Dooley’s een groot aantal oorspronkelijke details en schoonheid verloren gegaan.
In 1978 werd de tuin gerenoveerd door Earth Design Inc. Tijdens de renovatie werden klassieke elementen van Japanse tuinen in Kyoto, Tokyo en Nara in de tuin verwerkt. De stijl die gebruikt werd voor de renovatie is beter bekend als een “stroll garden” oftewel een “wandeltuin”. Door middel van het ontwerp, probeert men de bezoekers verschillende impressies te geven zodra bepaalde delen van de tuin binnen het gezichtsveld komen.
De Japanse tuin heeft nu getrimde en gesnoeide bomen en struiken, geharkt zand, steengroeperingen en verschillende waterelementen. Alle elementen zijn ontworpen om de indruk te creëren van een oud, natuurlijk ontwikkeld landschap. Additionele specifieke elementen die in de tuin verwerkt zijn, zijn stenen lantaarns, paden en bruggen.
Groene, bruine en grijze kleuren zijn gebruikt om de robuustheid van de natuurlijke omgeving te vertegenwoordigen. Bloemen worden discreet gebruikt. Wateririssen bloeien aan de oevers in de lente gevolgd door bloeiende waterlelies in de zomer. Kersenbloesem markeert de overgang van de lente naar de zomer.
Recent zijn er additionele elementen toegevoegd aan de tuin. Dit betreft onder andere de Noordelijke toegangspoort, een traditionele boog, accentuerende planten bij de vijver, twee nieuwe lantaarns en een nieuw wandelpad rondom de vijver.
Wanneer je de tuin bezoekt, bedenk dan vooral dat de “echte” schoonheid van de tuin schuil gaat in de subtiliteit van de tuin zelf. Realizeer jezelf hoe spaarzaam bloemen gebruikt zijn en let vooral op de texturen die gebruikt zijn.
De Japanse tuin bevat een mix van diverse stijlen van Japanse tuinen uit twee verschillende ontwerpperiodes. In 1911 kochten de Dooley’s een wigvormig deel van het Kanawha kanaal dat grenst aan Maymont. Voor het ontwerp van de tuin, veronderstelt men dat de Dooley’s Muto ingehuurd hebben. Muto was een vooraanstaand tuinontwerper die verschillende Japanse tuinen ontworpen heeft voor andere estates aan de Amerikaanse Oostkust.
Het concept van aangelegde tuinen is ontstaan in de 7e eeuw in China en door Koreaanse hoveniers overgebracht naar Japan. De Japanners hebben het concept van aangelegde tuinen wel aangepast aan de lokale omstandigheden en behoeften.
De oorspronkelijke Japanse tuin had een veel kleiner oppervlak. Een aantal specifieke kenmerken van die tuin inclusief het steenwerk rondom de basis van de waterval, verschillende bomen en de kronkelende waterloop die uitkomt in de grote vijver zijn nog steeds in de huidige versie van de tuin terug te vinden. Helaas zijn na de dood van de Dooley’s een groot aantal oorspronkelijke details en schoonheid verloren gegaan.
In 1978 werd de tuin gerenoveerd door Earth Design Inc. Tijdens de renovatie werden klassieke elementen van Japanse tuinen in Kyoto, Tokyo en Nara in de tuin verwerkt. De stijl die gebruikt werd voor de renovatie is beter bekend als een “stroll garden” oftewel een “wandeltuin”. Door middel van het ontwerp, probeert men de bezoekers verschillende impressies te geven zodra bepaalde delen van de tuin binnen het gezichtsveld komen.
De Japanse tuin heeft nu getrimde en gesnoeide bomen en struiken, geharkt zand, steengroeperingen en verschillende waterelementen. Alle elementen zijn ontworpen om de indruk te creëren van een oud, natuurlijk ontwikkeld landschap. Additionele specifieke elementen die in de tuin verwerkt zijn, zijn stenen lantaarns, paden en bruggen.
Groene, bruine en grijze kleuren zijn gebruikt om de robuustheid van de natuurlijke omgeving te vertegenwoordigen. Bloemen worden discreet gebruikt. Wateririssen bloeien aan de oevers in de lente gevolgd door bloeiende waterlelies in de zomer. Kersenbloesem markeert de overgang van de lente naar de zomer.
Recent zijn er additionele elementen toegevoegd aan de tuin. Dit betreft onder andere de Noordelijke toegangspoort, een traditionele boog, accentuerende planten bij de vijver, twee nieuwe lantaarns en een nieuw wandelpad rondom de vijver.
Wanneer je de tuin bezoekt, bedenk dan vooral dat de “echte” schoonheid van de tuin schuil gaat in de subtiliteit van de tuin zelf. Realizeer jezelf hoe spaarzaam bloemen gebruikt zijn en let vooral op de texturen die gebruikt zijn.
Monday, March 16, 2015
Maymont - The Italian Garden
Noland en Baskervil uit Richmond hebben de Italiaanse
tuin aangelegd voor de Dooley’s. Voor de aanleg werd gebruik gemaakt van
klassieke elementen en concepten die ontwikkeld zijn in Italië in de 15e
en 16e eeuw. De kleine waterval en de fontein bij de Oostelijke
ingang van de tuin lijken qua patroon en ontwerp heel erg op een soortgelijke
waterval en fontein bij de Villa Torlonia nabij Rome. De stenen die gebruikt
zijn, zijn van graniet, afkomstig uit Petersburg in Virginia en qua steenwerk
is er tot op heden geen vergelijkbare tuin ter wereld die tevens opengesteld is
voor het publiek.
De tuin heeft een groot aantal specifiek Italiaanse elementen zoals de fonteinen, de geometrisch aangelegde bloemenperken, beelden en het contrast tussen zon en schaduw met de lange pergola die uitstrekt langs het Noordelijke deel van de tuin. Er zijn tevens hoogteverschillen en plateau’s aangebracht in de tuin om zo zoveel mogelijk het klassieke ideaal in de tuin te kunnen verwerken.Vanuit de tuin had en een wijds uitzicht op de James River.
De hoofdingang tot de Italiaanse tuin is aan de West-kant richting het landgoed. Een stenen boog met het opschrift: “Via Florum” oftewel Bloemenweg” verschaft toegang tot de tuin en markeert tevens de afscheiding tussen de tuin en de omliggende grond. De Italiaanse tuin is gerestaureerd in 2003 door een aanzienlijke en genereuze gift van de Harrison familiestichting.
Men treedt de tuin binnen onder de beschutting van de pergola die bestaat uit een rij van parallelle pilaren opgetrokken uit graniet die de overkapping ondersteunen. Op sommige van de nog beschikbare foto’s is duidelijk zichtbaar dat er rozen groeiden tegen de pilaren. De pergola is een zeer gewilde locatie voor bruidsfoto’s.
Geometrisch gevormde bloemenperken/bedden zijn een typisch en onderscheidend element van de Italiaanse stijl. Oorspronkelijk had de tuin weinig bloemen en voornamelijk evergreens: planten die het hele jaar door groen blijven die gebruikt werden voor vorm en structuur. Tevens werden de evergreens vaak in een typische vorm gesnoeid. De perken op het centrale niveau van de tuin reflecteren de Victoriaanse smaak voor bloemen wat tevens de voorkeur is in de moderne tijd.
De tuin heeft een groot aantal specifiek Italiaanse elementen zoals de fonteinen, de geometrisch aangelegde bloemenperken, beelden en het contrast tussen zon en schaduw met de lange pergola die uitstrekt langs het Noordelijke deel van de tuin. Er zijn tevens hoogteverschillen en plateau’s aangebracht in de tuin om zo zoveel mogelijk het klassieke ideaal in de tuin te kunnen verwerken.Vanuit de tuin had en een wijds uitzicht op de James River.
De hoofdingang tot de Italiaanse tuin is aan de West-kant richting het landgoed. Een stenen boog met het opschrift: “Via Florum” oftewel Bloemenweg” verschaft toegang tot de tuin en markeert tevens de afscheiding tussen de tuin en de omliggende grond. De Italiaanse tuin is gerestaureerd in 2003 door een aanzienlijke en genereuze gift van de Harrison familiestichting.
Men treedt de tuin binnen onder de beschutting van de pergola die bestaat uit een rij van parallelle pilaren opgetrokken uit graniet die de overkapping ondersteunen. Op sommige van de nog beschikbare foto’s is duidelijk zichtbaar dat er rozen groeiden tegen de pilaren. De pergola is een zeer gewilde locatie voor bruidsfoto’s.
Geometrisch gevormde bloemenperken/bedden zijn een typisch en onderscheidend element van de Italiaanse stijl. Oorspronkelijk had de tuin weinig bloemen en voornamelijk evergreens: planten die het hele jaar door groen blijven die gebruikt werden voor vorm en structuur. Tevens werden de evergreens vaak in een typische vorm gesnoeid. De perken op het centrale niveau van de tuin reflecteren de Victoriaanse smaak voor bloemen wat tevens de voorkeur is in de moderne tijd.
Drie extra niveau’s van de tuin kan men zien vanaf het
centrale niveau: de Secret Garden, de Promenade en de waterval. In de
Italiaanse tuin van de Renaissance werd de Secret Garden aangelegd als een
kleine besloten binnentuin waar dames zich terug konden trekken en hand- en
naaiwerk konden doen.
Aan de Oostkant van de tuin ligt een mooi prieeltje wat
ontworpen is in en geïmporteerd uit Italië. Deze zeer charmante aanvulling op
de Italiaanse tuin komt he best tot haar recht laat in de lente wanneer de
pioenrozen rondom het prieeltje in volle bloei staan.
In 1997, heeft Maymont veel werk verricht om de
Italiaanse tuin meer in overeenstemming te brengen met het omliggende
landschap. Tijdens deze herontwikkeling van de tuin werden het karakter van de
waterval en het prieel en de relatie tussen deze elementen met het omliggende
landschap versterkt.
Monday, March 9, 2015
Maymont – The Mansion
In Richmond was Maymont het
meest opzienbarende en grootste huis van de verschillende elite-huizen die de
hoge levensstijl van die tijd reflecteerden. De hoge levensstijl kun je met
name terugzien in de naast elkaar gelegen, vaak asymmetrische arrangementen van
patronen, kleuren en structuren in zowel historsiche als exotische stijlen. De
belangrijkste kamers hadden ieder een aparte en eigen stijl. De aangrenzende
salons waren allen opgetrokken in 18e eeuwse Franse stijl. De muren
van beide kamers zijn bedekt met zijden damast, de haardstenen zijn wit onyx,
en de plafonds zijn versierd met fijn stucwerk en decoratieve schilderkunst. De
woonkamer met de imposante Engels Renaissance-geïnspireerde schouw doet
herinneren aan een "baronie" hal. De bibliotheek is een prachtige
uitdrukking van eclecticisme en de "artistieke" smaak van de late
jaren 1880 en '90. Het plafond en de fries zijn versierd met sjablonen en uitgevoerd
in mahonie hout. Mahonie hout is tevens gebruikt in de gehele kamer inclusief
de originele Venetiaanse jaloezieën. De belangrijkste kamers zijn verrijkt met
glas in lood spiegels, houtsnijwerk, decoratieve plafonds en versierde muren.
De eerste verdieping heeft een grote woonkamer, verlicht door een groot Tiffany’s glas-in-lood raam. Verder heeft de eerste verdieping een ochtendkamer, de beroemde “zwanen-slaapkamer”, twee extra slaapkamers en 2 betegelde badkamers.
De eerste verdieping heeft een grote woonkamer, verlicht door een groot Tiffany’s glas-in-lood raam. Verder heeft de eerste verdieping een ochtendkamer, de beroemde “zwanen-slaapkamer”, twee extra slaapkamers en 2 betegelde badkamers.
Toen de bouw van Maymont
afgerond was, was het voorzien van alle meest moderne gemakken van die tijd,
inclusief electrische verlichting, een lift, drie volledige badkamers en
centrale verwarming.
Gasten kunnen twaalf
gerestaureerde kamers bekijken op de begane grond en eerste etage waar items
tentoongesteld zijn van de Maymont Mansion Collectie.
Als je Maymont binnenkomt op de
begane grond, stap je de luxueuze wereld binnen van James en Sallie Dooley.
Echter naast de begane grond en eerste verdieping was er ook een “below-stairs”
oftewel een kelder. Nu worden in Amerika de huizen vaak zo gebouwd dat de “kelder-etage”
half boven, half onder de grond is. Soms zijn huizen op een heuvel gebouwd op
een manier dat de je de begane grond binnenkomt via een (kleine) trap.
Aangezien de helling achter de ingang van het huis vaak afloopt kan het zijn
dat de “below stairs” tegen het aflopende deel van de helling gebouwd is zodat
het niet deels in grond is, maar eigen ingangen en uitgangen heeft. Gedurende
hun verblijf op Maymont, hadden de Dooleys altijd tussen de zeven en tien man
personeel in dienst om hen in hun levensstijl te voorzien: voornamelijk koks,
butlers, schoonmakers en chauffeurs.
De taken van het personeel bestonden voornamelijk uit:
De taken van het personeel bestonden voornamelijk uit:
·
Schoonmaken en houden van de 33 kamers in het landhuis
·
Dagelijks koken voor 12 man en zelfs voor honderden wanneer de Dooleys
feesten hadden
| op Maymont
| op Maymont
·
Wassen en strijken
·
Hulp bij het wassen en aankleden van de Dooley
·
Het vervoeren van de Dooleys in koetsen en auto’s
De restauratie van Maymont’s
keuken, wijnkelder, wasruimte, slaapkamer voor de butler, provisiekast voor de
butler en de slaapkamer voor de dienstmeisjes/werksters werden afgerond in
2005. Door middel van acht verschillende “periode-kamers” en informatiepanelen
kunnen de bezoekers nu kennismaken met specifieke personeelsleden en inzicht
verkrijgen in hun leven op en buiten Maymont. Tevens kunnen bezoekers hier een
idee krijgen over hoe technologie het leven van de werksters veranderde
gedurende de jaren. Dit had ook een impact op de relatie tussen de Dooleys en
hun personeel in het Zuiden was in die tijd nog strict raciaal gescheiden was.
Monday, March 2, 2015
The Dooleys - Sallie May Dooley
Sarah (“Sallie”) O. May, de 8e
van negen kinderen en een nazaat van verschillende oude families in Virginia
werd geboren op 23 juli 1846 op haar ouders’ plantage in Locust Grove wat
onderdeel uitmaakt van Lunenburg County. Haar vader Dr. Henry May was geboren
in Petersburg en was een nazaat van de Nathaniel Harrison of Brandon Plantation
and Sir Edward Digges, een van de vroege koninklijke gouverneurs van de kolonie
(1655-58). Haar moeder, Julia Jones overleed toen Sallie slechts 7 jaar oud
was. Daarna bracht Sallie lange(re) periodes door bij haar oudere getrouwde zussen
die in Staunton, Virginia woonden. Ze trouwde de veelbelovende jonge advocaat
James Dooley in 1869 en begonnen hun leven samen in Richmond.
In 1886, kochten de Dooleys een
groot perceel grond aan de oevers van de James River. Het kinderloze stel,
beiden inmiddels de 40 gepasseerd begonnen de bouw van hun nieuwe huis en de
transformatie van het perceel. Sallie Dooley was een fervent horticultuur
student. Ze was dan ook actief betrokken bij de aanleg, inrichting en onderhoud
van de tuinen van Maymont.
Sallie Dooley was ook een
auteur en in haar poëzie zie je haar passie voor tuinen terug alsmede haar
passie voor de landelijke vooroorlogse wereld waarin ze opgroeide. Haar boek
getiteld: “Dem Good Ole Times”, wat gepubliceerd werd door Doubleday Page en Co
in 1906 is een verzameling van reflecties en verhalen, verteld vanuit het
perspectief van een slaaf. Het boek is geschreven in het dialect wat door de
slaven gebruikt en gesproken werd. Sallie Dooley kende dit dialect nog uit haar
kindertijd.
In 1882 richtte Sallie, als
regentes, Virginia’s eerste branch op van de “Dochters van de Amerikaanse
Revolutie”, de “Old Dominion Branch” om precies te zijn. Ze was tevens een van
de oprichtsters van de “Koloniale Dames van Virginia” wat een onderdeel was van
de “Orde van de Crown” (Amerikanen van koninklijke komaf). Ze was tevens een
supporter van Vereniging ter behoud van de Antiquiteiten in Virginia en de
Virginia Historical Society. De Virginia Historical Society bestaat momenteel
nog steeds en is gehuisvest in een monumentaal gebouw in Richmond aan 428 N.
Blvd. Zeker een bezoekje waard.
Sallie Dooley overleed in haar
zomerhuis, Swannanoa op 5 september 1925 op 79-jarige leeftijd. Haar testament
bevatte enkele zeer grote donaties waaronder $500,000 dollar aan het Crippled
Children’s Hospital, $500,000 voor de Richmond Public Library en $250,000 voor
het bisdom Virginia. Tevens was bepaald dat de juwelen van Sallie verkocht
moesten worden en de opbrengst zou worden gedoneerd ten behoeve van missies van
het bisdom. Zoals aangeraden door haar man liet ze Maymont na aan de stad
Richmond onder de voorwaarde dat Richmond het landhuis en de tuinen als museum
zou openstellen voor het publiek. Maymont werd als museum geopend voor het publiek
in maart 1926.
Monday, February 23, 2015
The Dooleys - James Henry Dooley
Tijdens de 19e en
het begin van de 20e eeuw, voor de invoering van inkomstenbelasting
en anti-trust wetgeving, hebben een groot aantal ondernemers en bankiers door
het hele land enorme rijkdom vergaard. James Dooley was een van deze mensen.
Hij was niet alleen actief als ondernemer/bankier, maar ook politiek waar hij
actief betrokken was het opnieuw opbouwen van de economie in “the South”
(Zuidelijke Staten, gelegen onder de Mason-Dixon-lijn). Dooley was als
ondernemer erg actief in de spoorwegen, landontwikkeling en andere ondernemingen.
James en zijn vrouw Sallie waren de centrale personen in de sociale,
intellectuele en filantropische kringen in Richmond en Virginia. Tevens
ontwikkelden zij een brede blik op de wereld waarvan men voorbeelden terug kan
vinden in hun huis, Maymont.
James Henry Dooley wordt gezien
als een van de zakelijke leiders van het “Nieuwe Zuiden”. James werd geboren op
7 januari, 1841, als de zoon van John en Sarah Dooley die naar Amerika
emigreerden vanuit Ierland. John Dooley groeide uit tot een zeer succesvol
hoedenmaker en was tevens oprichter en commandant van de Montgomery Guard. De
Montgomery Guard was een militie van Richmonders met Ierse roots. Alle leden
van de militie waren overigens vrijwilligers. Tevens waren de Dooleys
vooraanstaande leden van de St. Peter’s katholieke kerk.
In 1856 ging James Dooley
studeren aan Georgetown College. Georgetown College is momenteel Georgetown
University, ligt in Washington DC en is een kleinere universiteit, maar een met
een zeer gerespecteerde naam en reputatie. James onderscheidde zichzelf door
als eerste student, alle 4 jaren van zijn studie als beste van zijn klas te
eindigen. Hij studeerde af in 1860 en kort daarna sloten zowel James als zijn
broer John zich aan het leger van de Confederatie (Zuidelijke Staten). Beiden
sloten zich aan bij hetzelfde onderdeel, Company C, waar ook hun vader
onderdeel van uitmaakte. Tijdens de slag bij Williamsburg in 1862 raakte James
gewond en werd hij gevangen genomen tot augustus 1862. Ongeschikt geacht voor
verdere veldslagen ging hij aan de slag bij de artillerie en kreeg de rank van
majoor uit eerbied. Na de oorlog ging hij terug naar Georgetown University en
rondde daar zijn masteropleiding af.
Na het afronden van zijn
masteropleiding ging hij aan de slag als advocaat. Zijn sublieme capaciteiten
als advocaat, ondernemer en openbaar spreker legden hem geen windeieren. In
1871 werd hij dan ook gekozen tot de Virginia Legislature (wetgevend orgaan in
Virginia, omdat iedere staat afzonderlijk ook zijn eigen wetten en regels heeft
naast een set van landelijke regels aangezien veel zaken op lokaal niveau
geregeld worden). Hij werkte voor de Virginia Legislature van 1871 – 1877.
Zakelijk ging het James Dooley
voor de wind. In 1880 werd hij lid van de Board van Richmond and Danville.
Richmond and Danville focuste met name op het (her)bouwen en linken van kleine
verspreide spoorwegen. Het netwerk strekte zich uit tot diep in het Zuiden.
Verder investeerde James Dooley in de Sloss-Sheffield Iron and Steel Company
alsmede andere bedrijven in de Birmingham (Alabama) regio. Birmingham ligt op
ongeveer 1.100 kilometer van Richmond. Tevens trad hij aan als director van de
Chesapeake and Ohio (spoorweg) e.n was hij als als investeerder betrokken bij
een groot aantal andere ondernemingen in de regio waaronder enkele banken.
Als burgemeester realizeerde
hij een groot aantal projecten tussen 1870 en 1920 en overleed uiteindelijk op
16 november 1922 in het Grace Ziekenhuis op 81-jarige leeftijd. Eerst werd hij
begraven bij de voormalige soldaten van hetzelfde legeronderdeel op de
Hollywood begraafplaats. Zijn lichaam werd later opgegraven en bijgezet in het
Mausoleum op het Maymont landgoed. Door zijn nalatenschap en de verdeling
daarvan werd hij een van de grootste weldoeners in Richmond. Zo liet hij 3
miljoen dollar na aan het St. Joseph weeshuis wat op dat moment de grootste
erfenis ooit was ontvangen door een Rooms-katholieke liefdadigheidsinstelling
in de Verenigde Staten. Tevens liet hij Maymont na aan de stad Richmond en na
haar dood liet Sallie May Dooley een half miljoen na aan de Richmond Public
Library ter nagedachtenis aan haar man.
Sunday, February 22, 2015
Maymont – Historie
Tijdens het “gouden tijdperk”
van later in de 1880s tot ver in de 1910s, het tijdperk van de de Carnegies,
Rockefellers en de Vanderbilts, demonstreerden miljonairs hun rijkdom door het
bouwen van zeer grote woningen. James Dooley, een in Richmond geboren bankier
behoorde tot de categorie van “nieuwe rijken” in de Amerikaanse maatschappij.
Zijn huis, Maymont, wordt momenteel nog steeds gezien als een complete
afspiegeling van de luxe en weelde gedurende dit “gouden tijdperk”.
Maymont was het Victoriaanse landgoed
van James Henry Dooley en zijn vrouw Sallie May Dooley. Het landgoed beslaat
100 acres wat overeenkomt met ongeveer 0.4km2. In 1886 kochten de
Dooley’s het grasland en de grond wat later Maymont zou worden. Sally May kwam
zelf ook van een niet onbemiddelde familie van “oud geld” en toen ze de
leeftijd van 40 jaar bereikte en de Dooleys geen kinderen hadden, besloten ze
om hun middelen aan te wenden om het perceel om te vormen in een landgoed dat
zijn weerga niet kenden onder de landhuizen die overal in het land gebouwd
werden.
De bouw van het huis werd
afgerond in 1893 en de daaropvolgende 30 jaar werd gebruikt om het in te
richten met voorwerpen die de Dooleys van verschillende landen in de wereld
naar hun landgoed Maymont haalden. Verder werd deze periode gebruikt voor het
aanleggen van de tuinen, het landschap en de rest van het complex.
James Dooley, inmiddels
opgeklommen tot burgemeester, overleed in 1922. Toen Sally May overleed in 1925
werd Maymont nagelaten aan de stad Richmond. Er waren geen erfgenamen die het
landgoed en het daarbijbehorden onderhoud overnamen. De voowaarden voor de stad
Richmond waren dat de stad het landgoed zou onderhouden en het landgoed
inclusief de tuinen open zou stellen als museum voor het publiek. Slechts zes
maanden na het overlijden van Sallie May werd Maymont al opengesteld als museum
voor het publiek.
Aangezien de stad niet veel
ervaring had met het onderhouden van een landgoed zijn er gedurende de eerste
30-40 jaar een aantal niet zo slimme beslissingen genomen inzake het onderhoud
van het landgoed. Zo werden er bij voorbeeld betonnen wandelpaden en betonnen
bruggen aangelegd in de tuinen. Hierdoor werd het oorspronkelijke karakter van het
landgoed en de bijbehorden tuinen enorm aangetast.
Om verdere aantasting te
voorkomen werd daarom in 1975 de Maymont-stichting opgericht. Deze stichting
nam vervolgens het onderhoud van Maymont over van Richmond. Er is enige
onduidelijkheid of er nu wel of geen geen som geld (endowment) door de Dooleys
nagelaten is. De website zegt van niet, maar ik kan me herinneren dat ik
tijdens een presentatie gehoord heb dat er wel een som geld nagelaten is, maar
dat bedrag kan inmiddels op zijn geweest toen de Maymont Foundation in 1975
opgericht werd.
Door zeer vrijgevende donors
heeft Maymont sinds 1975 ongeveer 100 miljoen dollar opgehaald en is het
landgoed grotendeels in de oorspronkelijke staat hersteld. Als onderdeel van de
herstelwerkzaamheden werd ook al het beton weggehaald uit de tuinen om deze
terug in de oorspronkelijke staat te brengen. Tevens werd er in de kelder een
groot aantal kunstwerken gevonden die onderhouden en hersteld moesten worden.
Onderhoud en herstel is vooral gedaan op basis van gespreken met mensen die
goed bekend waren met Maymont en oude foto’s. Maymont is uniek in de zin dat
het overgrote deel van de inriching inclusief meubilaire dateert uit de tijd
van de Dooleys en daadwerkelijk door hen gebruikt is.
Subscribe to:
Posts (Atom)